Dijkgatsbos 13 februari, relaxed waarnemen

Nou nou, gewoon een tweede waarneemavond op een donkere plek deze maand! Moet niet gekker worden (maar dat wordt het wel, ha!)… Ik reed rond 19:00 de parkeerplaats van het Dijkgatsbos op, waar Jan al een goed plekje aan het uitzoeken was. Vergaapte me aan de Melkweg, Orion, en emmerde een beetje rond om voor mezelf ook een goed plekje te vinden. Telescoop opstellen ging zo vlekkeloos dat ik me bijna zorgen ging maken. Ik had op 1 of andere manier zoveel rust in mijn lijf terwijl ik vorige keer helemaal hyper de pieper was.

Na Jan kwamen ook Marco en Ruud(?) langs, die in de buurt aan het werk waren en ook even de plek wilden uitchecken. Ik zette voor de laatstgenoemde M42 even in beeld en net zoals bij Martijn ging ook bij mij –KLOENK- de collimatie ervandoor. Echt een flink end de andere kant op. De batterijen van mijn eigen lasercollimator zijn vrijwel op en de laserstraal is dan ook niet voldoende meer voor de tublug. Maar gelukkig is Nathan er intussen ook en met zijn collimator staat het al snel weer netjes. Later komen nog Arno-Mark, Roeland, Harro en Mark. Vergeet ik nog iemand?

Hier is een sfeerfoto van het begin van de avond:

 

 

 

 

Ik besluit om –heel oneerbiedig – M43 te schetsen en daarbij net te doen alsof M42 er niet is. De hoeveelheid detail en structuur die daarin zit is gewoon teveel voor mijn schets-skills (en laten we eerlijk zijn: mijn geduld).

M43 bij 160x zonder filter. West is linksboven. M42 stond in het echt ook in beeld maar heb gekozen deze niet te schetsen. Het vierkantje linksboven M43 is het trapezium van M42.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hierna zoek ik Nop’s stelsel op: NGC1924. Met een vergroting van 260x een egale ovale gloed tussen een rij heldere sterren, niet echt duidelijk begrensd.

Een volgend object waar ik ontzettend naar uitkeek is Abell 12. Deze planetaire nevel is best helder maar staat zo dicht bij mu orionis dat het alsnog een moeilijk object is. Zonder filter zie ik niets, maar met OIII komt hij rap tevoorschijn. Ook deze heb ik geschetst. Echt een aanrader, mensen!

Abell 12 naast Mu Orionis. 260x met UHC filter. West linksboven.

Ik bekijk het X-mas-tree cluster, natuurlijk geïnspireerd door de magnifieke schets van Tom. Het cluster vind ik geweldig, maar ik kan mezelf er niet van overtuigen dat ik de nevels zie en niet alleen halo’s om de heldere sterren.

Door naar IC443. Ik was geïnspireerd door de schetsen van Tom en Tom op Deepskylog, en in mijn hoofd was het best een groterd, maar ik zie een klein boogje, ongeveer 1/6 van het beeldveld met de 17.3mm en UHC/OIII (ff opgezocht: ongeveer 10 boogminuten). Dus ik ben er niet helemaal zeker van dat ik hem gezien heb maar nu ik hun schetsen opnieuw bekijk denk ik dat ik gewoon wel het helderste deel gezien heb. In ieder geval komt hij opnieuw op de waarneemlijst.

Dan de Rosettenevel, een tijd niet gezien natuurlijk. Mijn eerste reactie is: Ik moet nog een langer oculair en 2” filters, hihihi… Met mijn 24mm 68° oculair zie ik misschien net een kwart van het complex, jammer. Wel is met deze vergroting aardig wat structuur op te merken in het Westelijke deel. Ik leen het 2” UHC filter van Jan voor in mijn 27mm Panoptic maar dat levert me strafpunten op want blijkbaar moet je hem met OIII bekijken. Enfin, ik vind het zo ook mooi en ben te lui (en te bleu?) om dan ook nog dat OIII te gaan vragen, dus ik kijk gewoon ff zo. Bij Nathan bekijk ik hem nog met de 40mm xw(?), waarmee het hele object te zien is, maar wel met iets minder contrast (uittreepupil van 10mm aldus Nathan).

Zo heeft eigenlijk ieder van deze configuraties zijn voors en tegens…

Ik had gehoopt met mijn dikke, vette 40cm telescoop meer detail te zien in Hubble’s Variable Nebula, NGC 2261, maar ik ben niet echt super onder de indruk. Natuurlijk, het is een leuk neveltje, maar niet heel veel leuker dan ‘vroggah’.

Tijd voor een sterrenstelsel! Hoog boven de bomen zoek ik NGC2403 op, een van de gemiste messiers. Al zichtbaar in de zoeker deze knoepert, en door het oculair is het een waar feest. In eerste instantie vind ik het vooral een rommelig pluisje, maar na wat langer kijken beginnen de spiraalarmen op te vallen. Erg leuk, met voorgrondsterren en natuurlijk extra pluis NGC2404.

Bij Harro had ik al even mogen kijken naar de supernova in NGC3941. Geen makkie maar toch wel te zien. Ik dacht dat het met mijn kleinere telescoop lastiger zou zijn maar dat valt me mee. Ik denk doordat mijn spiegel al langer in de kou stond? Ik heb een schets gemaakt, niet te gebruiken als referentie van de helderheid van de nova natuurlijk.

NGC3941 met supernova rechts van de kern. 370x vergroting, west is linksonder.

 

 

 

 

 

 

 

Hierna begin ik me een beetje minder goed te voelen, kou, en er begint een pijntje in mijn heup te knagen… Bij nader inzien was dat opzetten niet zo supersmooth als ik dacht, en heb ik wat verrekt tijdens niet het slepen van de 40cm spiegel maar het gewring om de trussen uit de auto te halen (doh). Esther weer hoor…

Enfin, nog een paar sfeerfoto’s en op naar huis en de pijnstillers. Ondertussen gaat het wel weer trouwens 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *